dinsdag 20 maart 2012

SICILIA
Cefalù
Isole eolie lipari - vulcano
Vulcano Etna




vrijdag 16 maart 2012


Crocus Miss vain

Aantal bollen: 40
Planttijd:     september - december
Diep:         5 cm
Uit elkaar:    3 cm
Bloeitijd:     februari - maart
Hoogte:       10 cm
Foto:          maart 2012




Verwildering
Zon - Schaduw


Crocus botanisch: Botanische crocussen komen van oorsprong uit Z.W. Azie. Ze bloeien al zeer vroeg vanaf februari-maart in opvallende fraaie kleuren. Zijn uitstekend geschikt om in uw tuin te verwilderen.
Planten: u plant in de periode september t/m december ongeveerd 5 cm diep en 3 cm uit elkaar. Tot aan het planten droog en luchtig bewaren. Deze crocussen zijn geteelde bloembollen. Tip: Laat u ze in de grond dan bloeien ze elk jaar uitbundiger en zijn zeer geschikt voor het planten in perken, rosttuinen en gazons.




Kleur planning terras, foto's zomer 2011


dinsdag 13 maart 2012



Planttijd: september - december
Diep: 5 cm
Uit elkaar: 3 cm
Bloeitijd: februari 
Hoogte: 10 cm
Foto:        februari 2012

Verwildering
Zon - Schaduw


Galanthus (sneeuwklokjes). Deze bloembollen komen oorspronkelijk uit de regio Joegsalvie, Roemenie, de Oekraine tot 
Griekenland en W. Turkije. 
Samen met de eranthissen zijn de sneeuwklokjes een van de bolgewassen die al in febrari kunnen bloeien. 
Ze zijn uitstekend geschikt voor verwildering. Ze vermeerderen zich gemakkelijk. Laat ze in de grond zitten dan bloeien ze elk jaar uitbundige. 

Planten: U plant ze in de periode van september t/m december ongeveer 5 cm diep en 3 cm uit elkaar. Liefst in groepjes van 10 a 25 stuks. Tot aan het planten droog en luchtig bewaren. Deze sneeuwklokjes zijn uit het wild afkomstige bloembollen.
Tops: Bloembollen die bestemd zijn voor verwildering kunnen in de grond blijven zitten.


dinsdag 6 maart 2012



Vishnu - Castor rex:

Rex is een van oorsprong Frans konijnenras dat zich van andere onderscheidt door een kortere beharing. Onderscheiden worden de Rex (of Grote Red) en de Rexdwerg, beide erkend als ras.

Pels
De Rex valt onder de korthaarrassen. Het Rexkonijn uit Frankrijk waar het huidige rexkonijn uit stamt is niet de enige waar de rexmutatie heeft plaats gevonden. Ook bij een Duitse fokker en andere Franse fokker kwam de mutatie voor. Uit het bewijs dat door dieren uit deze lijnen onderling te kruisen en deze normaal harige nakomelingen kregen wist men dat het op zich staande rassen waren.
De pels van de Rexkonijnen onderscheidt zich van andere rassen doordat de dekharen dezelfde lengte hebben als de wolharen en de lengte veel korter is en niet langer dan 19 mm bij de grote Rex en 16 mm bij de Rexdwerg. Bij normaalharige konijnen zijn de nek- en grannenharen langer dan de wolharen en bepalen deze de lengte van de zichtbare pels. Door de de gelijke lengte van de haarsoorten lijkt het alsof de vacht geschoren is. De pels voelt fluweelachtig aan. Het haar staat bijna loodrecht op de huid. De pels is mede dankzij het zeer rijke onderhaar zeer dicht en volkomen gelijkmatig. Niet echter de haarlengte maar de zeer dichte inplanting en het zeer rijke onderhaar geven de doorslag bij de waardebepaling.
Naast de bovengenoemd pels zijn er andere omschreven mutaties. De Astrex (ook Astrakan-rex en Deutsche Lockenrex) wordt gekenmerkt door een krullende pels. De Opposum-Rex had haren van 5 cm, die aan de basis een draaiing had welke aan de top steeds duidelijker werd en bij het uiteinde in een krulvorm eindigden. Mogelijk dat er een verwantschap is tussen de angora- en de rexbeharing. De haartoppen waren wit en had een zwarte tussenkleur. Dit gaf een eigenaardige kleur. Beide van deze bijzonder Rex-vormen zijn nagenoeg verdwenen.

Rex
De Rex werd in 1927 erkend en als ras opgenomen in de Nederlandse standaard. De Rex valt onder de middenrassen met een ideaal gewicht tussen de 3,5 en 3,9 kilogram. Het type is matig gestrekt. Goed gevuld in voor- en achterhand. De benen zijn kort en stevig. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. Door de kortere beharing komen de contouren scherper tot uiting dan bij normaalhaarrassen. De kop is krachtig ontwikkeld, met een breed voorhoofd en een brede snuit. De kaken en wangen zijn sterk ontwikkeld. Het neusbeen is iets gebogen. De oren zijn stevig van structuur met goed afgeronde oortoppen, goed behaard en worden V-vormig gedragen. De oorlengte is van 11 - 13 cm, ideaal is 12 cm. Het geheel in harmonie met het lichaam
Erkend in de kleuren: castor, opaal, luchs, zwart, bruin, blauw, geel, oranje, chinchilla en feh.



Oblelix
Het is bijna zeker dat onze huiskat afstamt van de Afrikaanse Wilde Kat (Felis sylvestris libyca). Ook wordt wel verondersteld dat de Moeraskat (Felis chaus) tot de voorouders gerekend moet worden. De meeste schedels in Egyptische begraafplaatsen lijken echter het meest op de Afrikaanse Wilde Kat. Er zijn er maar een paar van de Moeraskat gevonden. De tabby kat die het meest in Noord-Europa voorkomt, is duidelijker gestreept en donkerder van kleur dan de Afrikaanse wilde kat, en lijkt meer op de Midden europese wilde kat (Europese boskat).



Toen de huiskatten van het Afrikaanse type vanuit Egypte door de Romeinen in Europa werden verspreid, hebben ze zich net zo aan hun nieuwe omgeving kunnen aanpassen als de inheemse wilde kat. De kleur en de tekening van hun vacht veranderde. Ook zullen er wel kruisingen hebben plaatsgevonden tussen beide soorten.


De Afrikaanse wilde kat leeft rond de Middellandse Zee en op de eilanden in die zee. Deze kat wordt ook wel Nubische kat genoemd. Deze kat verspreidde zich ook in het Midden-oosten, Arabië, India en Turkestan (Centraal Azië).


De Europese Boskat bewoont de Noordelijke gebieden.


Uit een vermenging tussen de Afrikaanse Wilde Kat, Europese wilde katten en Arabische wilde katten zijn de nu bekende kattenrassen ontstaan.





Oswald

Bij de Egyptenaren was de kat het symbool van de vruchtbaarheid in de vorm van de kattengodin Bastet (soms: Bubastet). De kat stond in hoog aanzien en mensen die een kat doodden of mishandelden werden zwaar gestraft. Katten werden bij de Egyptenaren gemummificeerd en bijgezet.



Voor de Romeinen waren katten eveneens zeer belangrijk, en zij werden beschouwd als beschermer van hun bezit.


In Azië was de kat al vroeg bekend, vooral in China, Japan en Siam. Ze werden als tempeldieren gebruikt.


In Griekse huizen werden in de oudheid hermelijnen gehouden die de functie van de huiskat vervulden; tot in de negende eeuw van onze jaartelling waren katten niet algemeen verspreid.


Bij de christenen waren katten in de late middeleeuwen niet geliefd, waarschijnlijk omdat ze door hun nachtelijke "concerten" vaak geïdentificeerd werden met de "machten van de duisternis". In de 14e eeuw werden katten, omdat ze in verband werden gebracht met hekserij, in groten getale verbrand en doodgeknuppeld. Ook dienden katten als offer voor de boze geesten, of ze werden levend begraven. Gevolg van deze slachtpartijen was een explosie van het aantal ratten, waardoor waarschijnlijk het optreden van pestepidemieën werd bevorderd.








Ganesha
GROOT LOTHARINGER

Het grootste konijnenras na de Vlaamse reus is de Groot Loharinger. Dit ras is aan het eind van de 19e eeuw in de streek rond Lotharingen tot stand gekomen door het kruisen van Vlaamse reuzen, forse Franse hangoren en gevlekte slachtkonijnen, die destijds veel in Frankrijk gehouden werden.



Deze kruisingen hadden in eerste instantie niet als doel een mooi konijn te fokken, maar een nieuw vleesras met de lengte van een Vlaamse reus, de forsheid van een (Franse) Hangoor en het weerstandsvermogen van de slachtkonijnen. De opzet van de fokkers slaagde, aangezien de voorlopers van de Groot Lotharinger een gewicht tussen de 6 en 7 kilo bereikten. Van de typische tekening die zo kenmerkend is voor de Lotharinger was nog geen sprake aangezien het overgrote deel van de dieren bont of gewoon wildkleurig was. Er werden dieren naar Duitsland geëxporteerd waar het ras verder ontwikkeld werd en de nam Deutsche Risenschecke kreeg. Vanaf de jaren 20 werd het ras in vrijwel alle landen in Europa gehouden. In de Verenigde Staten werden aan het begin van de vorige eeuw de eerste Lotharingers geïmporteerd. Deze werden Amercan Checkered Giants genoemd en zijn alleen erkend in de zwarte en blauwe vachtkleur. Ook Engeland heeft zijn "eigen" Lotharinger: de Giant Papillon of French Butterfly. Het ras werd pas in 1994 in Engeland erkend en mag er in elke vachtkleur gefokt worden.


woensdag 11 februari 2009


Het wegnemen van obstakels

Ganesha’s moedige verdediging van zijn moeders deur heeft hem te titel ‘Bewaker van ingangen’en Heer van ‘nieuwe ingangen’ opgeleverd. Daarom zie je zijn beeld vaak bij de ingang van tempels en andere gebouwen staan. Wanneer gelovigen iets nieuws gaan ondernemen, bijvoorbeeld een reis of een huwelijk, bidden zij eerst tot Ganesha. Daarna zullen ze pas hun ‘eigen’ godheid vereren. Ganesha’s rijdier is een rat, hiermee wordt het kleinste dier verenigd met het grootse dier (de olifant) en een rat past perfect bij de god die
hindernissen wegneemt: hij knaagt zich tenslotte ook overal doorheen.
Ganesha heeft slecht één slagtand, zijn afgebroken tand heeft hij als pen gebruikt om er de Mahabharate (één van de van de beroemdste epossen uit India, waarschijnlijk het langste gedicht ooit gemaakt) mee op te schrijven. Daarnaast is ganesha de god die ervoor zorgt dat kinderen altijd te eten hebben, vandaar dat hij afgebeeld wordt met schalen vol snoep en lekkers waaraan zich regelmatig ook zelf tegoed doet!

Ganesha
Ganesha (ook wel Ganesh of Ganapati Tantra) is de hindoestaanse godheid met het olifantenhoofd. Hij is de god van kennis en wijsheid, neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Hindoes bidden tot Ganesha voor ze aan iets nieuws beginnen, zoals een nieuwe baan of wanneer ze verhuizen. Ganesha is de zoon van Shiva en Parvati. Hij rijdt op een muis of een rat.


Al toen Ganesh nog zeer jong was, wou hij met rust gelaten worden en het liefst was hij alleen. Om die reden en omdat Shiva oorlog ging voeren, had Shiva de kans niet om zijn zoon goed te leren kennen. Na jaren te hebben gestreden keert Shiva terug naar Parvati (zijn vrouw) en Ganesh (zijn zoon). Als hij thuiskomt ziet hij een indringer, en omdat hij zo temperamentvol is, onthoofdt hij de indringer meteen.
Maar het was al te laat toen hij zag dat die indringer eigenlijk zijn eigen zoon was, die hij op het eerste zicht niet had herkend omdat hij hem nog maar zo weinig had gezien. Shiva beval zijn dienaren om op zoek te gaan naar het eerste het beste levende wezen dat men tegen zou komen en ze keerden terug met de afgehakte kop van een olifant. Shiva bevestigde de olifantenkop op het levenloze lichaam van zijn zoon die terug tot leven komt en de geschiedenis zou ingaan als de halfgod met de olifantenkop.


Ganesh wordt meestal afgebeeld met een dikke, blote buik, een roos-oranje huid, een rat aan zijn voeten en natuurlijk een olifantenkop. De rat (die opvallend klein is) is zijn persoonlijk vervoersmiddel. Soms heeft hij tussen zijn ogen (boven zijn slurf) een symbool dat op een "3" gelijkt, het symbool voor Om of Aum: de klank (vibratie) waaruit het heelal is ontstaan.


Ganesh zou de Mahabharata hebben opgeschreven. Een beeld van hem staat vaak op splitsingen van wegen in India zodat hij de reizigers kan helpen als ze een keuze moeten maken en een nieuwe weg inslaan. Ganesh staat altijd aan het begin van iets, een eerste impuls.
Historisch-kritisch benaderd is Ganesha afgeleid van de vergoddelijking van de stamleider in lang vervlogen tijden. Het hoofd en de slurf van een olifant, geplaatst op een romp, staat voor een samenleving van strijders geleid door een stevig gebouwde stamleider. Toen dat eeuwenoude gebruik van de verering van het groepsleiderschap in de Paoranische periode tot een cultus werd omgevormd, aanvaardde men het idee dat de groepsleider de leider van het hele universum was.

Nobis est, et speculum

Alanus Ab Unsulis (ca. 1125 -1203)

Omnis mundi creatura
quasi liber et pictura
nobis est, et speculum.
Nostrae vitae, nostrae mortis,
nostri statu, nostrae sortis
fidele signaculum.


Ieder schepsel, ieder wezen
Is als prentenboek te lezen
En houdt ons een spiegel voor:
Ons bestaan en ons verscheiden,
Onze vreugde en ons lijden
Geeft het ons in tekens door.

De canon van de Europese poëzie